Hulpverlening bij het slachtoffer

Hulpverlening bij het slachtoffer

Om de hulpverlening zo gestructureerd mogelijk te laten verlopen, is het goed om een aantal zaken met elkaar af te spreken. Dit is ook afgesproken in een protocol tussen ons, de politie, de brandweer en de ambulancedienst.

  • Kom je binnen: Stop, Denk, Handel!
  • Blijf rustig en professioneel; straal met vertrouwen uit dat je weet wat je doet.
  • Kijk eerst of je veilig kunt werken en maak eventueel ruimte voor een brancard.
  • Vertel wie je bent en wat u komt doen; zeg dat je “burgerhulpverlener bent en gestuurd bent door 112; zeg dat de ambulance er aan komt”. Herhaal dat je burgerhulpverlener bent bij binnenkomst van anderen en van de professionele hulpverleners.
  • Wijs iemand aan die niet reanimeert en vraag hem/haar ervoor te zorgen dat de deur openstaat en om de andere hulpverleners op te vangen en de weg te wijzen.
  • De eerst aanwezige hulpverleners starten de reanimatie op. De later komende hulpverleners kunnen de reanimatie overnemen als dit nodig is (aflossen/om en om reanimeren). Zijn er bij jouw aankomst al duidelijk voldoende professionele hulpverleners bij het slachtoffer, verlaat dan de lokatie en vervolg je weg. Dring je niet op.
  • Ben je afgelost door de hulpdiensten, overleg dan even of je nog nuttige hulp kunt verlenen. Daarbij kan je denken aan het omhoog houden van een infuus, het begeleiden van familie naar een andere kamer, opvangen van huisdieren, wegsturen van kijkers die in de woning zijn binnengekomen en helpen dragen van spullen van de ambulance.
  • Nog geen professionele hulpverleners ter plaatse? Dan maximaal drie burgerhulpverleners in de woning. Een extra hulpverlener kan de AED brengen, maar neemt dan de functie van deurwacht op zich als die er nog niet is. De hulpverlener die de AED heeft gebracht, blijft ter plaatse, eventueel buiten, om de AED na afloop weer terug te brengen.
  • Als er meer dan drie burgerhulpverleners aanwezig zijn in de woning, dan blijft één burgerhulpverlener buiten de woning om de ambulance op te vangen en te helpen met binnenbrengen apparatuur/openhouden van de deur. De “deurwacht” vangt ook andere burgerhulpverleners op en meldt hen dat er voldoende hulp aanwezig is.
  • Burgerhulpverleners die later aankomen en zien dat er voldoende hulp aanwezig is, vertrekken weer en gaan door met waar ze mee bezig waren. Kom je aan en zie je maar een auto van de hulpdiensten staan, ga dan toch naar binnen en vraag of je kunt helpen.

Wanneer we volgens deze afspraken werken, voorkomen we een onoverzichtelijke situatie ter plaatse. Het aantal professionele hulpverleners dat voor een reanimatiemelding gealarmeerd kan zijn, kan er als volgt uitzien:

Ambulance(s)                            1 tot 4 personen

Brandweer                                 6 of 4 personen

Politie                                            1 of 2 personen

Traumahelikopter                   3 personen

Het is echter niet gezegd dat al deze mensen iedere keer ingezet worden. Dit heeft te maken met het soort en de omvang van het incident en hun aanrijdtijden.

Wanneer de professionele hulpverlening arriveert kan deze de hulpverlening van u overnemen. Ook de Brandweer en de politie worden gealarmeerd naast de burgerhulpverleners. Zij hebben ook AED’s aan boord van hun voertuigen. Hun reanimatie-opleiding is vergelijkbaar met die van u. Zij kunnen aanbieden de reanimatie van u over te nemen, bijvoorbeeld als u al enige tijd bezig bent. Stop niet met de reanimatie alleen omdat andere hulpverleners binnenkomen. Meldt altijd spontaan dat u burgerhulpverlener bent van het reanimatie netwerk en bent opgeroepen via HartslagNu. Meldt hoe lang u al bezig bent en wat u weet over wat er precies gebeurd is (met name het tijdspad als u dat weet). Overleg met hen over het overnemen. Meldt hoe vaak de AED een schok heeft afgegeven.

Hetzelfde geldt voor de aankomst van de ambulance. Het ambulancepersoneel moet vaak hun apparatuur nog gereedmaken en willen dan graag dat u doorgaat met reanimatie totdat zij u expliciet zeggen het van u over te nemen of te stoppen.